E-portfolio, de nieuwe ELO?
Opgeslagen in (Elektronische leeromgeving, Onderwijs) door Mark Timmermans op 22-01-2010
Het e-portfolio wordt de laatste jaren steeds vaker gebruikt binnen het onderwijs. Op sommige scholen heeft het e-portfolio de traditionele elektronische leeromgeving (ELO) voor een groot gedeelte vervangen.
Deze ontwikkeling is goed te verklaren. In mijn afstudeeronderzoek over ELO’s in 2008 beschrijf ik dat een ELO vaak groepsgericht is. Studenten kunnen terecht op een leeromgeving van een bepaald vak (zoals geschiedenis en aardrijkskunde). Binnen deze vakken wordt over het algemeen (nog) traditioneel lesgegeven. De laatste jaren zie je de opkomst van Competentie Gericht Onderwijs (CGO) en individuele leerroutes. Het individu (de leerling) komt steeds meer centraal te staan. Hierdoor blijkt de groepsgerichte ELO geen handig hulpmiddel meer te zijn. Het op een (individuele) leerling gerichte e-portfolio wel.
Maar wat is een e-portfolio nu precies? Hoe geef je jouw onderwijs vorm met behulp van een e-portfolio? Ik probeer dit in dit artikel verder uit te leggen.
Bewijs het maar!
Door middel van een portfolio kan een student bewijzen dat hij aan een aantal eindtermen/competenties heeft voldaan. De eindtermen/competenties moeten natuurlijk vooraf bekend zijn. Meestal staan de eindtermen (met leerdoelen) beschreven in de informatiewijzer van een bepaald vak of module. De te ontwikkelen competenties (gerelateerd aan het vak) worden normaliter van te voren door zijn studiebegeleider besproken met de student. Dit kan niet van te voren worden vastgelegd omdat dit per individu verschilt.
Gedurende een bepaalde periode krijgt de student de tijd zichzelf te ontwikkelen. Hij krijgt de beschikking over middelen waarmee hij zich kan ontplooienn (bijv. via een ELO of e-portfolio). Denk hierbij aan (e-)boeken, websites, klassikale lessen en e-learningmodules. Daarnaast krijgt hij coaching van zijn studiebegeleider of docent.
Wanneer zijn portfolio gevuld is kan hij een verzoek indienen tot erkenning van wat hij geleerd heeft. Dit kan door middel van toetsing of een assesment. Wanneer dit naar tevredenheid van de beoordelaars is goedgekeurd krijgt de student een diploma of een certificaat.
Onlangs las ik een artikel uit het tijdschrift OnderwijsInnovatie (nummer 2 – juni 2009) van de Open Universiteit. Binnen dit artikel wordt ook het persoonlijk e-portfolio beschreven. Er stonden een paar handige tips in waaronder de STARRT methode.
Met behulp van deze aanpak hebben studenten handvatten om aan de slag te gaan met zijn e-portfolio.
De STARRT methode van de OU:
- Situatie: Noem een situatie die rijk genoeg is om de onderbouwing voor het bereiken van de criteria (eindtermen/competenties) volledig uit te kunnen werken.
- Taak: Geef een taakomschrijving.
- Activiteiten: Omschrijf de activiteiten die u in de taak (opdracht, functie) heeft uitgevoerd. (gebruik de ik-vorm).
- Resultaat: Wat is het resultaat van uw activiteiten.
- Reflectie: Geef aan wat u voor uzelf leerde in deze taak (vraag eventueel feedback van een derde partij).
- Transfer: Hoe kunt u uw ervaringen in de praktijk vertalen naar de opleiding? Geef hier een beargumenteerde onderbouwing waarmee u aantoont deze competentie of onderdelen ervan tot een bepaald niveau te bezitten in relatie tot de opleiding. Dit kan per onderdeel verschillen. Haal concreet materiaal aan, verwijs naar relevante situaties en vermeld gebruikte bronnen.
Ik denk zelf dat het e-portfolio inderdaad een steeds prominentere rol gaat spelen in het onderwijs. Daarnaast blijft een ELO (of portal) en een gedegen Document & Content Management Systeem noodzakelijk.









Ik ben vader van een studerende dochter die net zo gek is op alles wat met interactie te maken heeft. Zij is een multi-tascer waar ik jaloers op ben en weet wat er in de wereld te koop is. Ik vraag haar reactie op deze blog. Zie hieronder haar ongezouten mening.
Bullshit – zolang er geen goede instructies en infomatie is kost het allemaal te veel tijd – We moeten onze interactiviteiten op tien sites zetten. Er is geen uitwisseling – dus lastig. Er staat nergens hoe; althans het is moeilijk te vinden. Daardoor wordt je gedemotiveerd. Daar komt het wel op neer – Oplossing is goeie informatie. Duidelijk voor dummy’s, stapje voor stapje. Er is geen tijd om dat zelf uit te vinden. De loketfunctie moet helder zijn.
Mijn reactie; geef het de tijd en verwacht niet direct wonderen. Ooit is er een chipje die het portfolio deel van je overneemt.
Hey Mike en dochter,
Wat ik beschrijf is een trend in de oplossing. Jullie opmerkingen gaan vooral over implementatie. Laat je dochter eens mijn artikel over de geaccepteerde elektronische leeromgeving lezen. Dat past beter bij haar verhaal. Ik ben benieuwd naar haar (ongezouten) mening daarop
Groeten,
Mark
Klopt Mark,
De praktijk is weerbarstig. De bedoelingen zijn goed. Op dit moment is het nog een warboel bij de eerstejaars UMC. Er is geen tijd om van alles uit te zoeken. Ligt ook aan de diverse groepen.
Komt ook nog bij dat de Apple MACbook bezitters er hun eigen cultuurtje op na houden. Onderling zullen de studenten goede afspraken moeten maken.
Mijn devies; maak de virtuele loketfunctie net zo simpel als de real life loketten. Dan komt het goed met de E-portfolio’s.
Groet,
Mike en Carolien